Zweefvliegen zijn kleurrijke insecten met een bijzondere leefwijze en vreemde namen.
Zoals de Stadsreus. Die is opvallend groot, ongeveer 2 cm en daarmee een reus onder de zweefvliegen. Met zijn uiterlijk imiteert hij de vervaarlijke hoornaar, geel en zwart: Kijk uit, ik ben gevaarlijk! Maar de zweefvlieg kán helemaal niet steken.
Het nabootsen van kleuren van wespen en bijen wordt mimicry genoemd. De hoornaar is de grootste wespensoort van Nederland. Maar de soort die je vaak in onze tuinen ziet is de onschuldige Stadsreus (hoornaarzweefvlieg).
Geen angel
In Nederland komen meer dan driehonderd soorten zweefvliegen voor. Die behoren tot de orde van de Diptera. Dit zijn tweevleugelige insecten, een belangrijk verschil met wespen, die vier vleugels hebben. Ze hangen als een helikopter stil in de lucht en schieten vervolgens snel weg. Zweefvliegen hebben een korte tong en zoeken nectar en stuifmeel op planten waar dit niet te diep zit, bijvoorbeeld koninginnekruid en bloeiende klimop. Deze imitators spelen een belangrijke rol bij de bestuiving, maar bezitten geen angel en kunnen dus niet steken.
Koekoeksjong
De voortplanting van de Stadsreus is zeer bijzonder. Het vrouwtje legt haar eieren in een bestaand wespennest en wordt niet aangevallen door de wespen. Na enkele dagen verlaat het vrouwtje het wespennest en komen de eitjes uit. De koekoeksjongen – de larven van de zweefvlieg – worden ongemoeid gelaten door de wespen.
In de herfst verlaten alle wespen het nest en blijven de larven van de zweefvlieg achter om in het nest te overwinteren. In de zomer verpoppen ze zich tot een nieuwe generatie van de Volucella zonaria (Stadsreus).
Workum Groen is een groep natuurliefhebbers die zich inzet voor het vergroten van biodiversiteit in Workum en omstreken.
Wil je meedoen? Stuur een mail aan workumgroen@gmail.com
(Bron Friso)