Het verhaal van de houten lepel

5 jul

Op zaterdag 6 juni jl. kreeg Warkums Erfskip voor haar permanente tentoonstelling De Oorlogszolder in het voormalige stadhuis van Workum uit de nalatenschap van Jurjen de Jager een houten lepel overhandigd. Een eenvoudige lepel, maar met een bijzonder verhaal, dat onlosmakelijk verbonden is met de Tweede Wereldoorlog.

Jurjen de Jager woonde aan de Merk in Workum, in het pand waar vroeger Hunia’s Drukkerij was gevestigd en dat tegenwoordig wordt bewoond door Henk en Margreet Hunia. De Jager had aan huis een kantoorboekhandel.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, sloot Jurjen de Jager zich aan bij het verzet. Met een illegale radio luisterde hij naar Radio Oranje, de stem van strijdend Nederland. De berichten werden eerst uitgetypt en vervolgens op een cyclostylemachine, de voorloper van de stencilmachine, vermenigvuldigd en verspreid.

Dat verspreiden gebeurde met grote voorzichtigheid. Men wilde voorkomen dat de krantjes of de bezorgers in handen van de Duitsers zouden vallen. De bezetter verplichtte iedereen die een typemachine bezat, deze te laten registreren, zodat men bij in beslag genomen illegaal drukwerk, de gebruikte machine en de eigenaar kon achterhalen. Jurjen de Jager liet zijn eigen typemachine registreren, maar maakte vervolgens gebruik van de typemachine van de melkfabriek, het huidige FrieslandCampina. De directeur van de fabriek, de heer Bouma, deed aangifte van diefstal van de betreffende typemachine. Daardoor kon de verspreiding van verboden nieuws in Workum worden voortgezet.

Toen de oorlog haar einde naderde, werden De Jager en nog enkele Workumers door de Duitsers gearresteerd. In een open vrachtwagen werden zij via Sneek naar de Blokhuispoort in Leeuwarden gebracht. Tijdens de rit wist De Jager zich te ontdoen van belastend materiaal dat hij bij zich had.

Waarvan Jurjen de Jager precies werd beschuldigd is niet bekend, maar volgens de overlevering hield dit verband met het illegaal drukken en verspreiden van verzetskrantjes. Uiteindelijk kreeg hij zijn vrijheid terug doordat er boter, spek en rookwaar de gevangenis werden binnengesmokkeld.

Eenmaal vrij maakte De Jager op een gestolen fiets de terugreis naar Workum. In zijn sok verborgen droeg hij de houten lepel waarmee hij in de gevangenis zijn soep had gegeten. Dit eenvoudige voorwerp kreeg daardoor een bijzondere betekenis binnen het gezin van Jurjen de Jager en zijn vrouw Antje de Jager-de Hoop.

Elly Hornstra-de Jager vertelt hierover: “Het verhaal van de lepel, dat ons zo vaak is verteld, moet bewaard blijven. Daarom schenk ik, mede namens mijn familie, deze lepel aan Warkums Erfskip. Zo blijft niet alleen de lepel behouden, maar ook het verhaal dat dit eenvoudige voorwerp zo bijzonder maakt. Wij hopen dat toekomstige generaties dit in vrede mogen aanschouwen.”

Met deze schenking krijgt niet alleen een tastbare herinnering aan de oorlog een plaats in de tentoonstelling, maar blijft ook het verhaal van moed, verzet en vrijheid bewaard voor de generaties na ons. Met dank aan Elly Hornstra-de Jager en familie.

(Bron Friso)

(op de foto: Van links naar rechts Elly Hornstra-de Jager, Johannes Hoekema, Rieme Wieringa-de Jager en Tabe de Jager)